Als de laatste weeskinderen zijn verdwenen en de eigentijdse ’regenten’ de deuren voorgoed achter zich hebben dichtgetrokken, laten zij het pand na zoals hun voorgangers het lang geleden hebben aangetroffen. Afgeleefd en uitgewoond. De geschiedenis herhaalt zich. Opnieuw valt er het nodige werk te verzetten. Wie zet er deze keer zijn schouders onder? De Gemeenteraad buigt het wijze hoofd over de nieuwe bestemming van het weeshuis. Intussen huist aan de overkant van Amstel op de Nieuwmarkt, het Amsterdams Historisch Museum in een te krap jasje. Er is in de Waag te weinig ruimte om het verhaal van de stad te vertellen en de collectie eer aan te doen. Wisselende tentoonstellingen worden door ruimtegebrek bemoeilijkt. Er gaat een lang gekoesterde wens in vervulling als de Gemeenteraad op 22 december 1961 besluit het bouwvallige Burgerweeshuis aan het museum toe te wijzen. Het krijgt lucht én ruimte, heel veel ruimte. Op 7 februari 1962 wordt groen licht gegeven voor de aankoop van de panden, exclusief de huisjes aan de Sint Luciënsteeg. Het huis op de hoek, de dienstwoning, gaat wel met het museum mee. Er wordt een nieuwe fase ingeluid.